| |

Klik op onderstaande links voor meer informatie over de diverse Olympische Sporten (alfabetische volgorde).
Olympische Sporten
Openingsceremonie en Sluitingsceremonie
De openings- en de sluitingsceremonie zullen in het nieuwe Nationale Stadion van
Beijing gehouden worden. Het stadion lijkt op een vogelnest en wordt
in de volksmond ook zo genoemd. De beroemde architecten Herzog en De Meuron
zijn verantwoordelijk voor het ontwerp. De estafette waarmee de olympische
fakkel van Athene naar Beijing zal worden gebracht, zal leiden door het
Himalayagebergte. Daarbij zal de fakkel door een groep van 80 speciaal
getrainde bergbeklimmers ook naar de top van de Mount Everest worden gebracht.
top
Atletiek
Atletiek was een onderdeel op de eerste moderne Olympische Spelen in 1896.
In 1908 tijdens, de Olympische Spelen in Londen, deed Nederland voor het eerst mee.
De succesvolste Nederlandse atlete was uiteraard Fanny Blankers-Koen. In 1948
won zij vier gouden medailles. Het laatste onvergetelijke Olympische atletiekmoment
voor Nederland dateert uit 1992 en staat op naam van Ellen van Langen.
Zij won toen in Barcelona goud op de 800 meter.
top
Badminton
Sinds Barcelona 1992 is badminton een onderdeel van de Olympische Spelen. Hoewel
Nederland er vanaf het begin bij is geweest, kwamen de Nederlandse badmintonners,
in Barcelona en vier jaar later in Atlanta, nooit verder dan de tweede ronde.
Beter ging het in Sydney 2000. Daar bracht het damesdubbel Nicole van Hooren en
Lotte Jonathans het tot de halve finale. Mia Audina en de mixed dubbel Erica
van den Heuvel/Chris Bruil bereikten de kwartfinales.
top
Baseball/Honkbal
Sinds Barcelona 1992 staat honkbal op het Olympisch programma, nadat het in
1984 al eens een demonstratiesport was. De eerste keer dat Nederland hier aan meedeed
was in Atlanta 1996 en ons nationale team pakte op deze Olympische Spelen de vijfde plaats. Vier jaar later wist het
Nederlands gezelschap deze klassering in Sydney opnieuw te evenaren. Vooral de overwinning
op Cuba zal de Nederlandse honkballers nog lang heugen.
top
Basketbal
Basketbal werd voor het eerst opgenomen in het programma van de Olympische Spelen in 1936.
De Verenigde Staten zijn altijd de dominante ploeg geweest. Alleen in München (1972),
Moskou (1980), Seoel (1988) en Athene (2004) slaagden ze er niet in de Olympische titel te
behalen. Vanaf 1976 doen er ook vrouwen aan mee. In Barcelona 1992 werd het Olympisch basketbal
voor het eerst opengesteld voor profspelers. Ook in het vrouwenbasketbal zijn de Verenigde Staten
(Olympische Spelen) en de Sovjet-Unie (wereldkampioenschappen) gedurende decennia de dominante
ploegen geweest. Nederland was nog nooit bij het basketbal vertegenwoordigd.
top
Beachvolleybal
In 1996 is beachvolleybal een Olympische sport geworden. Jarenlang meedoen met een
mannen- en vrouwenkoppel mocht niet baten. Beiden waren al snel uitgeschakeld.
Van de vier Atlanta-gangers was alleen Debora Schoon-Kadijk er in Sydney 2000 opnieuw
bij. Vanwege een blessure presteerde zij daar met haar tien jaar jongere zus
Rebekka Kadijk onder haar kunnen.
top
Boksen
Sinds 1920 staat boksen
permanent op het Olympische programma. Sinds Antwerpen 1920 was Nederland
onregelmatig vertegenwoordigd. De laatste deelname dateert uit 1992.
In Barcelona won Orhan Delibas dat jaar zilver, terwijl Arnold Vanderlijde
zijn derde achtereenvolgende brons won. In 1928 behaalden Bep van Klaveren
(goud) en Karel Miljon (brons) de andere twee boksmedailles.
top
Fietsen (BMX)
Eind zeventiger jaren waaide deze sport over van de Verenigde Staten naar Europa.
In Nederland werd de BMX in korte tijd razend populair en werd de naam aangepast in
fietscross.
Net als bij motorcrossen is het de bedoeling met maximaal 8 rijders in een race
het parcours zo snel mogelijk af te leggen. De laatste jaren neemt de
populariteit van BMX weer toe, mede doordat de sport met ingang van 2008 een
Olympische sport is.
top
Gewichtheffen
Gewichthefwedstrijden worden al sinds de oude tijden gehouden. Waarschijnlijk waren ze
een onderdeel van de oude Griekse Olympische Spelen, en ze zijn een discipline van de
Olympische Spelen in 1896 geweest. Behalve in 1900, 1908 en 1912 stond gewichtheffen
altijd op het Olympisch programma. Het gewichtheffen voor vrouwen begon in de jaren
tachtig en werd toegevoegd aan het Olympische programma in 2000. Nederlandse
gewichtheffers kwamen in actie bij de Spelen van 1920, 1924, 1928, 1948, 1952 en 1968.
Dit leverde in totaal drie bronzen medailles op: voor Jan Verheijen (middengewicht B) en
August Scheffer (middengewicht A) in Amsterdam 1928 en Bram Charité (zwaargewicht) in
Londen 1948. In Mexico 1968 was Piet van der Kruk de enige en laatste gewichtheffer die
voor Nederland uitkwam. Hij werd 9e in het zwaargewicht.
top
Handbal
Met teams van elf spelers werd er voor het eerst in 1936 gehandbald op de
Olympische Spelen. Dit speelde zich in de buitenlucht af. Handbal verdween
na de Tweede Wereldoorlog van het programma, maar keerde weer terug in München
1972. Sindsdien wordt er, met zeven spelers per team, in de indoor-variant
gespeeld. Het eerste toernooi voor vrouwen vond plaats in Montreal 1976.
Nederland is nog nooit vertegenwoordigd geweest met een handbalteam op de Olympische Spelen.
top
Handboogsport
In 1900, 1904, 1908 en 1920 stond de handboogsport op het Olympisch programma.
De Nederlanders deden voor het eerst mee in 1920. Hierbij behaalden ze goud op
de 28 meter bewegend vogeldoel.
Het duurde daarna tot 1972 voor boogschieten opnieuw op het programma kwam.
Pas in 1980 waren de Nederlanders weer van de partij. In Sydney (2000)
bezorgde Wietse van Alten Nederland de tweede Olympische handboogmedaille, met
een bronzen medaille in het individuele toernooi.
top
Hockey
In Londen 1908 stond hockey voor het eerst op het Olympisch programma. Ook in 1920 werd er
gehockeyd en sinds 1928 is de sport een vast onderdeel. Het eerste Olympische vrouwentoernooi
vond plaats in 1980. Nederland was vanaf 1928 altijd vertegenwoordigd, op een
enkele uitzondering na. Zowel de Nederlandse mannen- als vrouwenploeg doet al jarenlang
mee op het hoogste niveau. Beide teams wonnen in de loop der jaren de nodige prijzen,
zoals de Olympische titel (mannen in 1996 en 2000, vrouwen in 1984).
top
Judo
Tijdens de Olympische Spelen in Tokio 1964 stond judo voor het eerst op het
Olympisch programma en sinds München 1972 is het een vast onderdeel. Vrouwen
strijden sinds Barcelona 1992 om de titel. Anton Geesink won in 1964 het
goud in de klasse 'alle categorieën'. Die prestatie werd in 1972 geëvenaard
door Wim Ruska, die in München bovendien goud in het zwaargewicht won. In
2000 bij de Olympische Spelen in Sydney won Mark Huizinga de gouden medaille
in de gewichtsklasse tot 90kg. In de tussenliggende jaren haalden Nederlandse
judoka's nog zes bronzen medailles.
top
Kanovaren (slalom)
Slechts vier keer stond de kano slalom (op wildwater) op het Olympische programma,
namelijk in de jaren 1972, 1992, 1996 en 2000. Voor Nederland deden slechts twee
kanoslalommers mee: Frits Sins en de van oorsprong Duitse Michael Reijs. Beide heren
kwamen zowel in Barcelona 1992, als in Atlanta 1996 uit in de K-1. Reijs werd beide
keren 11e, terwijl Sins in Barcelona op de 19e plaats en in Atlanta op de 37e eindigde.
top
Kanovaren (vlak water)
Sinds Berlijn 1936 staat het vlakwaterkanoën officieel op het Olympische programma.
Vrouwen deden pas drie Spelen later mee, namelijk vanaf Londen 1948. Nederland was van
1936 tot en met 1992 met kleine ploegen vertegenwoordigd. In totaal leverde dit drie
zilveren en vijf bronzen medailles op, behaald in 1936, 1948, 1964, 1968 en 1988. De
laatste deelname van de Nederlanders Marc Weijzen en Jan-Dirk Nijkamp was in Barcelona 1992.
top
Moderne vijfkamp
De moderne vijfkamp werd speciaal voor de Olympische Spelen bedacht door Pierre
de Coubertin. De eerste officiële moderne vijfkamp of moderne pentatlon vond
plaats in 1912 tijdens de Olympische Spelen in Stockholm. Pas in 1952 werd het
landenklassement ingevoerd. Aan de Spelen van 1912, 1924, 1928, 1932, 1936 en
1972 deden in totaal elf Nederlanders mee. De beste prestatie van ons kwam van
Johannes Willem van Rhijn, die in 1928 als 9e eindigde. In 1932 werd hij nog een
keer 16e. Alleen Karel Stoffels deed ook meerdere keren aan de Spelen mee,
namelijk in 1924, 1928 en 1936. In 1912 deed de schermer Jetze Doorman mee,
hij trok zich echter terug na het eerste onderdeel.
top
Mountainbiken
Tijdens de Spelen van Atlanta 1996 stond voor het eerst mountainbiken op het
Olympisch programma, een nieuwe wielrendiscipline. Bart Brentjens was bij de
mannen de eerste Nederlander die Olympisch kampioen op dit onderdeel werd. De enige andere
Nederlandse deelnemer, Marcel Arntz, viel uit. In Sydney 2000 deed Brentjes
opnieuw mee. Daar kwam hij niet verder dan de 12e plaats, direct achter Bas
van Dooren. Patrick Tolhoek stapte onderweg af. De Nederlandse vrouwen deden
voor het eerst mee in Australië. De 5e plaats werd behaald door Elsbeth
Vink, die ook aan het wegwielrennen meedeed. Voor Corine Dorland was niet meer
dan een 17e plaats weg gelegd.
top
Paardensport (dressuur)
Sinds Stockholm 1912 stond de dressuur altijd op het Olympische programma. Echter
de vrouwen rijden mee sinds Helsinki 1952. In 1924 was Jan Hermannus van Reede de
eerste Nederlander die aan de start verscheen. Hij maakte ook deel uit van het
team dat in 1928 een bronzen medaille won. Pas in 1992 was er opnieuw succes voor
de Nederlanders. Tijdens drie opeenvolgende Spelen behaalden de Nederlandse
dressuurteams het zilver. Daarnaast was er in 1996 individueel brons voor Sven
Rothenberger. Anky van Grunsven won in 1996 het zilver en in 2000 het Olympisch
goud met de onvergetelijke Gestion Bonfire.
top
Paardensport (springen)
Springen stond in 1900 en permanent vanaf 1912 op het Olympische programma.
De vrouwen deden vanaf Helsinki 1952 mee. De Nederlandse mannen vertegenwoordigden
Nederland slecht 7 keer. Het eerste Nederlandse optreden in 1936 leverde direct
een zilveren medaille in de landenwedstrijd op. Pas in Barcelona werd er weer
opnieuw Olympisch succes geboekt door Piet Raymakers. Hij behaalde goud voor het
springteam en individueel zilver. Jeroen Dubbeldam en Albert Voorn wonnen in
Sydney 2000 goud en zilver in de individuele wedstrijd.
top
Paardensport (vrije kuur)
Vanaf Stockholm 1912 stond eventing altijd op het Olympische programma. Wederom deden de
vrouwen pas mee vanaf Helsinki 1952. De eerste Nederlandse eventingruiter verscheen in
Antwerpen 1920 aan de start. De daarop volgende drie Spelen waren voor Nederland
bijzonder succesvol met vijf gouden en twee zilveren medailles. Ondanks de Olympische
deelnames in 1936, 1948, 1952, 1972 en 1992, bleef het hierbij. De laatste keer dat
Nederland meedeed, vaardigde het voor het eerst ook twee vrouwelijke eventingruiters af.
top
Ritmische Gymnastiek
In het jaar 1984, tijdens de Spelen in Los Angeles, werd de ritmische gymnastiek op het
Olympische programma geïntroduceerd. In het begin was er alleen een individuele competitie.
Hierbij werd de Canadees Lori Fung als eerste Olympisch kampioene. Later werd ook een
teamcompetitie ingevoerd. Aan dit gymnastiekonderdeel doen alleen vrouwen mee.
top
Roeien
Roeien stond altijd op het Olympisch programma, met uitzondering van de jaren 1896
en 1904. Het vrouwenroeien werd pas in 1976 geïntroduceerd. Nederland was,
vaak met grote groepen, vanaf Parijs 1900 van de partij. De Nederlandse roeiers
behaalden veel medailles, namelijk vijf gouden, negen zilveren en zeven bronzen.
Drie van die zilveren medailles werden in Sydney 2000 veroverd. Eeke van Nes en
Pieta van Dishoeck eindigden als tweede in de dubbeltwee én met de vrouwen
acht. Het derde zilver ging naar de mannen dubbelvier.
top
Schermen
Sinds Athene 1896 is schermen een vast onderdeel op het Olympisch programma. Voor
vrouwen is er sinds Parijs 1924 de mogelijkheid om deel te nemen. Alhoewel schermen
in ons land niet populair is, kwamen er bij Olympische Spelen 78 Nederlanders uit,
waaronder elf vrouwen. Tussen 1906 en 1924 werd er door deze groep één
zilveren en zeven bronzen medailles behaald. Recorddeelnemer was Arie de Jong, die
zes keer aan de Spelen mee deed en aan vijf bronzen medailles bijdroeg. De laatste
deelname van de Nederlanders dateert uit Seoul 1988.
top
Schietsport
De schietsport was altijd al een vast onderdeel op het programma, behalve in 1904
en 1928. In 1984 werden er voor het eerst aparte vrouwenwedstrijden
geïntroduceerd. Daarvoor werden mannen en vrouwen als gelijke behandeld.
Nederland viel ook in de prijzen door o.a kleiduivenschutter Eric Swinkels. In 1900
een bronzen medaille voor het revolverteam en een zilveren medaille in 1976 voor
Eric Swinkels. In totaal vertegenwoordigde hij ons land bij zes Olympische Spelen.
In Sydney 2000 greep Hennie Dompeling net naast de medailles door op een 4e plaats
te eindigen.
top
Schoonspringen
Sinds 1904, met uitzondering van 1906, staat schoonspringen als onderdeel van het
zwemmen op het Olympische programma. De eerste Nederlandse deelname is sinds Parijs
1924. Ons land werd daarna bij nog tien Olympische Spelen vertegenwoordigd. Helaas
zonder medailles. Voor Nederland kwamen in Barcelona 1992 voor het laatst Edwin en
Daphne (broer en zus) Jongejans uit.
top
Softbal
Softbal is sinds 1996 een Olympische sport. Deze sport is toegankelijk voor zowel
mannen als vrouwen. Bij de Olympische Spelen komen echter alleen de vrouwen in actie.
Bij het eerste Olympische softbaltoernooi is het Nederlandse team uiteindelijk
geëindigd op de 7e plaats. Voor Sydney 2000 wisten de Nederlandse softbalsters
zich niet te kwalificeren.
top
Synchroonzwemmen
In Los Angeles 1984 werd synchroonzwemmen als nieuwe zwemdiscipline geïntroduceerd.
Marijke Engelen en Catrien Eijke kwamen dat jaar voor Nederland uit. Als duo eindigden zij als
6e, terwijl Engelen vierde plaats behaalde bij haar solo. Daarna kwamen er alleen nog drie
Nederlandse vrouwen uit bij de Spelen van Barcelona 1992. Het duo Marjolein Both en Tamara
Zwart eindigde daar als 7e. Solo werden zij respectievelijk 8e en 20e, terwijl Frouke van Beek
als 34e eindigde.
top
Taekwondo
Op de Olympische Spelen van Sydney 2000 was taekwondo voor het eerst een officiële discipline.
Het competitiereglement voorzag 4 gewichtsklassen voor de heren, en 4 voor de dames. In 1988 en 1992
was Taekwondo nog een demonstratiesport.
Nederland vaardigde twee kanshebbers af, maar de hoop op medailles werd niet waar
gemaakt. In de klasse tot 57 kg eindigde Virginia Lourens als 4e, terwijl Mirjam
Müskens in de halve finales van de klasse tot 67 kg bleef steken.
top
Tafeltennis
In 1988 werd tafeltennis pas een vaste Olympische sport. Bettine Vriesekoop en Mirjam
Kloppenburg waren de eerste Nederlanders die van de partij waren. Hun 7e plaatsen van
Seoul (dubbelspel en enkelspel Vriesekoop) gelden nog steeds als beste Nederlandse
prestaties. In Sydney 2000 werd ons land alleen vertegenwoordigd door Trinko Keen en
Danny Heister.
top
Tennis
Van 1896 tot en met 1924 stond tennis als Olympisch onderdeel op het programma.
Pas na 1988 werd het weer ingevoerd. Nederland werd al die jaren door slechts 21
tennissers en tennissters vertegenwoordigd. In Parijs 1924 was er brons voor het
gemengd dubbel Henk Timmer en Kea Bouman. In Sydney 2000 was er dan eindelijk weer
eens een medaille, zilver, voor het damesdubbel Kristie Boogert en Mirjam Oremans.
top
Trampolinespringen
Als nieuw Olympisch gymnastiekonderdeel werd in Sydney trampolinespringen
geïntroduceerd. Voor Nederland deed Alan Villafuerte mee. Na 1908 en 1928 was hij
daarmee weer de eerste man die ons land vertegenwoordigde. Villafuerte had de jaren
voor Sydney bewezen bij de top tien van beste springers hoorden. Bij zijn zesde
Olympische sprong belandde hij echter naast de trampolinemat. De kans op een medaille
was daarmee verkeken: Villafuerte eindigde uiteindelijk als 7e.
top
Triathlon
Triatlon is sinds Sydney 2000 toegevoegd aan de Olympische Spelen. De deelnemers leggen
echter geen "originele" triatlon af, maar een zogenaamde Olympische afstand:
1,5 km zwemmen, 40 km fietsen en 10 km lopen. De Nederlandse triatleten kregen richting
Sydney op unieke wijze begeleiding, maar helaas ging het mis. Van alle 51 mannelijke
deelnemers kwamen Dennis Looze, Rob Barel en Eric van der Linden niet verder dan een
42e, 43e en 48e plaats. Bij de vrouwen eindigde Wieke Hoogzaad als 25e, Silvia Pepels
als 26e en Ingrid Lubek als 33e.
top
Turnen
Hoewel gymnastiek altijd op het Olympische programma heeft gestaan, kreeg het pas vanaf
1924 de vorm van het huidige turnen. Voor vrouwen is het sinds 1928 mogelijk om deel
te nemen. Nederland was in 1908 voor het eerst bij het gymnastiek vertegenwoordigd, met
een grote groep Amsterdamse turners. Daarna deden er alleen in 1928 nog Nederlandse
mannen mee. Het damesteam behaalde datzelfde jaar de enige Nederlandse
gymnastiekmedaille uit de Olympische geschiedenis: een gouden. Elvira Becks verscheen
in Barcelona 1992 als laatste Nederlandse turnster op de mat.
top
Voetbal
Sinds 1900 staat voetbal op het Olympische programma, met uitzondering van het jaar 1932.
Het voetbal voor vrouwen kwam pas vanaf Atlanta 1996 op het programma. Nederlandse mannen
deden voor het eerst mee in Londen 1908 en bleven tot en met Amsterdam 1928 van de partij.
In 1908, 1912 en 1920 behaalden zij hiermee een bronzen medaille. Het brons van 1908 was
zelfs de enige Olympische medaille die Nederland dat jaar veroverde. Na de Spelen in eigen
land wist het Nederlandse elftal zich alleen nog te plaatsen voor de Spelen van Londen
1948 en Helsinki 1952. Beide keren was Oranje al snel uitgeschakeld.
top
Volleybal
Volleybal staat sinds 1964 op het programma voor mannen als vrouwen. Bij de mannen
was Nederland vijf keer vertegenwoordigd. Onder leiding van trainer Arie Selinger
behaalde Nederland in Barcelona 1992 een zilveren medaille. Na die Spelen nam Joop
Alberda de leiding over en in 1996 won het Oranjeteam goud op de Olympische Spelen in een
zinderende finale tegen aartsrivaal Italië. Een vernieuwd team eindigde in Sydney
2000 als 5e. Het eerste Nederlandse vrouwenteam deed mee in 1992. In Barcelona werd er
een 6e plaats behaald door de dames en in Atlanta 1996 een 5e plek. Helaas wisten zij
zich niet te kwalificeren voor Sydney 2000.
top
Waterpolo
Waterpolo stond altijd al op het Olympisch programma, met uitzondering van Athene
1896 en de tussenspelen van 1906. Nederland deed voor het eerst mee in Londen 1908.
De vrouwen maakten hun debuut in Sydney. Hier eindigden ze teleurstellend op de 4e
plaats. Nederlandse mannen wonnen twee keer Olympisch brons, in 1948 en 1976.
top
Wielrennen, baan
Met uitzondering van 1912 stond baanwielrennen altijd op het Olympisch programma.
In 1988 werd pas de sprint als eerste baanonderdeel voor vrouwen toegevoegd. In de
periode van 1920 tot en met 1936 werd een groot deel medailles behaald, maar ook de
daaropvolgende jaren was Nederland succesvol. Nederland behaalden zes gouden,
dertien zilveren en zes bronzen medailles. De laatste was Leontien Zijlaard-Van
Moorsel, die in Sydney 2000 goud en zilver won. Op de weg wist zij daar nog twee
gouden medailles aan toe te voegen.
top
Wielrennen, weg
Met uitzondering van de jaren 1900, 1904 en 1908 heeft het wegwielrennen voor mannen altijd
op het Olympisch programma gestaan. Vrouwen waren pas vanaf 1984 welkom. In de loop der
jaren won Nederland zes gouden, twee zilveren en een bronzen medaille. Enkele kampioenen
in de wegwedstrijd waren Hennie Kuiper (1972), Monique Knol (1988) en Leontien Zijlaard-Van
Moorsel (2000). Verder won Nederland in 1964 en de 100 kilometer ploegentijdrit.
top
Worstelen
Worstelen heeft altijd op het Olympisch programma gestaan, met uitzondering van Parijs
1900. Tot 1972 deden er bij acht Olympische Spelen Nederlanders mee aan het Grieks
Romeins worstelen. Jan Munnikes leverde de beste prestatie door als 5e te eindigen in
de klasse tot 67 kg. In 1904 tijdens de Olympische Spelen in Saint Louis, ging men ook
de Grieks-Romeinse stijl bij de competitie voegen. In Sydney 2000 had Nederland voor
het eerst sinds lange tijd weer een Olympische worstelaar, zijn naam: George Torchinava.
In de klasse tot 97 kg werd 'Gia' in de tweede ronde uitgeschakeld.
top
Zeilen
Zeilen vanaf 1908 permanent op het Olympisch programma. Pas vanaf 1988 werden er aparte
wedstrijden voor vrouwen georganiseerd. Daarvoor mochten vrouwen alleen meedoen als
bemanningslid. Nederland won met het jacht Mascotte zilver in Parijs 1900. Vanaf Antwerpen
1920 kwamen daar nog eens drie gouden, vijf zilveren en vijf bronzen medailles bij. Het
laatste zeilsucces staat op naam van Margriet Matthijsse. Zij won zilver in Sydney 2000,
waarmee zij haar prestatie van Atlanta 1996 evenaarde.
top
Zwemmen
Alle Olympische Spelen stond zwemmen als sport op het programma. Vanaf Stockholm 1912
deden ook de vrouwen mee. De vertegenwoordiging van Nederland dateert al vanaf 1900. In
totaal haalden Nederlandse zwemmers 13 gouden, 14 zilveren en 16 bronzen medailles. De
uitschieters waren Rie Mastenbroek (3x goud en 1x zilver in 1936), Inge de Bruijn
(3x goud en 1x zilver in 2000) en Pieter van den Hoogenband (2x goud en 2x brons in 2000).
top
|
|